Door: voorzitter Willem Zorge

Van 24 tot 26 augustus was ik aanwezig bij het 5e ATP1A3-symposium in Londen. Hieronder vindt u een door artsen gemaakt (vanuit het Engels vertaald) verslag van de diverse presentaties. Hieruit blijkt denk ik duidelijk dat de aanwezigheid van patiëntenvertegenwoordigers niet in eerste instantie bedoeld is om een inhoudelijk bijdrage te leveren. De meeste ouders zullen daarvoor onvoldoende kennis hebben van deze materie. Veel belangrijker is dat de patiëntenvertegenwoordigers door hun aanwezigheid de betrokkenheid van alle AHC-families laten zien. In de diverse gesprekken met wetenschappers komt ook steeds naar voren dat zij dit heel bijzonder vinden en ook waarderen! Het stimuleert hen ook om door te gaan met hun onderzoek naar AHC, hoe moeilijk de financiële situatie vaak ook is.

Het symposium is ook een goede gelegenheid om bij te praten met de andere patiëntenvertegenwoordigers (veelal ouders van AHC-kinderen). We “zien en spreken” elkaar weliswaar periodiek door middel van video-vergadering, maar het elkaar ontmoeten versterkt de onderlinge band nog meer!

Tijdens het symposium heb ik ook een aantal Engelse AHC-families ontmoet. Het is altijd bijzonder om te ervaren hoeveel gemeenschappelijke ervaringen we als ouders hebben! Foto’s van kinderen (ik had foto’s van (bijna) alle Nederlandse en Belgische kinderen bij mij) werden over en weer met grote interesse bekeken. Ook daar veel herkenning in mimiek, houding, uitstraling etc.

Volgend jaar wordt het symposium gehouden in Japan. Dat is erg ver weg! Mede vanwege de kosten (bestuursleden dragen die grotendeels zelf) weten we nog niet of dan iemand van de AHC Vereniging Nederland aanwezig zal zijn. Maar uiteraard zullen we ook dan verslag doen!

Willem Zorge

 

abco2 molens1

Verslag van 5 ATP1A3 Meeting London UK augustus 25-26th 2016 (vertaling uit het Engels)

Het vijfde ATP1A3-symposium werd dit jaar gehouden in Londen op 25 en 26 augustus. De conferentie was een groot succes met veel spannende resultaten en het gevoel van toenemende samenwerking en collegialiteit met groepen over de hele wereld.

De openingspresentatie werd verricht door Dr. Brashear. Hij gaf een klinische evaluatie van typische en atypische-ATP1A3 geassocieerde stoornissen. Dr. Sweadner beoordeelde vervolgens muismodellen van verschillende genetische aandoeningen waarbij zij de nadruk legde op potentiële ziektemechanismen. Zij sprak verder over het spectrum van bekende mutaties in ATP1A2 en ATP1A3 met de nadruk op wat kan worden geleerd door het vergelijken van de locaties van deze mutaties tussen de twee genen.

Drs. Doummar, Rosewich, Bhatia en Scharf rapporteerde over unieke kenmerken van ATP1A3-geassocieerde ziekten. ATP1A3 kan een vroeg begin van epilepsie veroorzaken zonder hemiplegische aanvallen. Er zijn nu 22 gevallen bekend van het CAPO-syndroom en ze hebben allemaal dezelfde ATP1A3 mutatie (E818K). Een mogelijk verklaring voor de bij deze aandoening voorkomende optische atrofie (een oogprobleem waarbij de oogzenuw afsterft) werd besproken. Een casus met pijnlijke dyskinesie (onwillekeurige bewegingen) en dystonie (aanhoudende samentrekking van spieren of spiergroepen en/of herhaalde bewegingen) werd gepresenteerd. Ten slotte werd gesproken over het bewijs dat ATP1A3 de oorzaak kan zijn van een auto-immuunziekte bij volwassenen die wordt geassocieerd met kanker. Dr. Caski besprak mogelijke hartafwijkingen die voorkomen bij AHC-patiënten. Hij verwees daarbij naar zijn publicatie in 2015 waarin hij rapporteert over ECG-afwijkingen bij AHC-patiënten.

Een video-review-sessie werd geleid door Dr Mikati. Doel was om overeenstemming te krijgen over het typeren van de bewegingen en soorten aanvallen bij ATP1A3 stoornissen (is iets een AHC-aanval, epileptische aanval of iets anders?). Er was specifiek discussie over periodes van veranderd bewustzijn bij AHC-patiënten die niet vergezeld gaan met een afwijkende EEG. Een opmerking over de gelijkenis met klinische vaststellingen bij anti-NMDA-encefalitis (een aandoening waarbij de hersenen ontstoken raken als gevolg van lichaamseigen afweerstoffen) leidde tot een stimulerende discussie over het testen van ATP1A3 mutatie-negatieve kinderen voor anti-NMDA en anti-alpha3 antilichamen. Er was overeenstemming om een videotheek te genereren ter beoordeling door experts in het veld.

Twee presentaties waren gericht op de verschillende aspecten van de genetica met betrekking tot AHC. Dr. van den Maagdenberg gaf een informatieve update over de zoektocht naar een mogelijke tweede AHC-gen. Bij een aantal ATP1A3-mutatie negatieve patiënten heeft nieuw genetisch onderzoek uitgewezen dat deze patiënten toch een ATP1A3-mutatie hebben (een zogenaamde valse-negatieve initiële sequencing). In andere families werden nieuwe gen-varianten ontdekt, maar verder onderzoek is nodig. Dr. Kearney gaf een presentatie over werkzaamheden in Dravet Syndroom waar men muismodellen gebruikt om de relevante genetische factoren te ontdekken. Een soortgelijke strategie met behulp van ATP1A3 muismodellen kan helpen om meer zicht te krijgen op genetische aspecten en therapieën te ontwikkelen.

Muismodellen blijven nieuwe informatie opleveren over ATP1A3 gerelateerde aandoeningen. Dr. Lykke-Hartmann gaf een update over de ATP1A3 D801Y muismodel. Ze richtte zich in haar presentatie op de abnormale gang en balans bij de muizen en de overeenkomstige gebreken in het cerebellum neuron functie (kleine hersenen). Dr. Piggins presenteerde gegevens over de Myshkin muis (mutatie ATP1A3-I810N) gericht op circadiane ritmes (biologisch ritme waarvan de cyclus ongeveer één dag duurt). Deze dieren zijn hyperactief met een slechte circadiane controle en een snellere aanpassing aan veranderingen in dag-nacht veranderingen (bijv. ze hebben geen jetlag). Een discussie volgde over de vraag of patiënten met AHC ook dag / nacht-vraagstukken hebben. Dr. Clapcote besprak ander gepubliceerd werk waar de Myshkin muis bij betrokken was.

In twee presentaties werd aandacht gevestigd op andere eiwitten die kunnen interageren met ATP1A3. Dr. Hoshi presenteerde gegevens waaruit blijkt dat ATP1A3 interageert met amyloïde beta eiwit en besprak de mogelijke betrokkenheid van het eiwit bij de ziekte van Alzheimer. Dr. Melki presenteerde andere gegevens over interactie tussen ATP1A3 en een eiwit (α-synucleïne) die betrokken zijn bij de ziekte van Parkinson.

Er waren presentaties gericht op de structuur en functie van ATP1A3. Dr. Vilson sprak over structurele en functionele aspecten van Na, K-ATPasen. Dr. Koenderink besprak zijn onderzoeksresultaten van het werk dat voor een deel werd ondersteund door AHCF. Hij illustreerde verschillende moleculaire mechanismen die voortkomen uit ATP1A3 mutaties. Er lijkt geen duidelijke correlatie van pompfunctie binnen fenotype (verschijningsvorm) of ernst van de aandoening te zijn. Dr. George schetste welk AHCF gefinancierd werk wordt gedaan op Vanderbilt en Northwestern.

De eerste presentatie van de Dag 2 werd gegeven door Dr. Muntoni. Hij deelde tientallen jaren ervaring van mechanistische ontdekking en therapeutische zoeken in Duchenne spierdystrofie. De moeilijke en vaak langdurige reis van ontdekking van genen tot effectieve therapie werd benadrukt. Deze lessen kunnen/zullen ook gelden voor ATP1A3 gerelateerde ziektes.

Meerdere presentaties bespraken verschillende behandelingsstrategieën. Dr. Fedosova heeft gesproken over de binding van cardiotonische steroïden Na, K-ATPasen en speculeerde dat het haalbaar is om ATP1A3-selectieve geneesmiddelen te kunnen ontwikkelen. Dr. Cross besprak het gebruik van een ketogeen dieet bij AHC. Dr. de Grandis beoordeelde studies over flunarizine en anti-epileptica voor AHC. Verschillende studies zijn gedaan, maar hadden allemaal kleine aantallen proefpersonen en suboptimale experimentele ontwerpen. Tot slot, Dr. Roze presenteerde zijn aan de gang zijnde klinische studies in AHC bij 10 patiënten. Zijn klinische proef onderzoekt het gebruik van het vetzuur analoge triheptanoin op basis van een hypothese van veranderde energieverbruik in de hersenen bij AHC. Bevindingen uit deze klinische proef zullen worden onthuld aan het einde van 2016.
Het 6e ATP1A3-Symposium zal worden gehouden op 21-22 september 2017 in Tokyo, Japan. De stuurgroep van de 2017-bijeenkomst zal bestaan uit Drs. Ess, Mikati, Rosewich en Schyns, en de heer Wuchich.